Hoe is magnetisme ontdekt?

Franz Anton Mesmer

Uit diverse literatuur blijkt dat het magnetisme een heel oude geneeswijze is die ons zelfs terug voert tot ver voorbij het ontstaan van onze jaartelling. In de Bijbelse geschriften lezen we dat Jezus en zijn discipelen, maar ook andere profeten en hogepriesters genezingen bewerkstelligden door handoplegging.

Als grondlegger achter de huidige vorm van het magnetiseren kan de Duitse arts en astroloog Franz Anton Mesmer (1734 – 1815) genoemd worden. Volgens Mesmer bestaat er een alom aanwezige en alles verbindende kracht die hij het ‘dierlijk magnetisme’ genoemd heeft. Ieder levend wezen heeft volgens deze theorie een energieveld om zich heen, tegenwoordig vaak de aura genoemd. Wanneer dit veld bij iemand verstoort of uit balans is, veroorzaakt dat gezondheidsklachten. Door middel van handoplegging is de genezer in staat de gekanaliseerde energie aan de cliënt te geven. Hierdoor raakt de energiestroom weer in balans waardoor de cliënt geneest van de gezondheidsklachten. Deze theorie wordt ook wel aangeduid als het Mesmerisme.

De ontwikkeling van Mesmers ideeën en praktijken leidde James Braid (1795 - 1860) tot de ontwikkeling van hypnose in 1842.

In het tegenwoordige magnetisme wordt niet zo zeer gesproken over dierlijk magnetisme, maar over gekanaliseerde, universele, kosmische of goddelijke energie. De praktijk van het magnetiseren verandert daarbij echter niet.